is toegevoegd aan je favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedenissen. 331

Eene nog geheel andere bejegening ontmoetede een dubbeld Gezantfchap , het geen de Rhodiers in de uiterfte verlegenheid over hun lot, na den ondergang van perseus, gezonden hadden. Het eerfte Gezantfchap was door hun afgevaardigd terftond na de terugkomst van hun, die de verontwaardiging des Raads ge zien hadden over den eisch van bevrediging , eenmaal door hun gedaan (i), het tweede was kort daarop afgevaardigd, toen de Rhodiers zelve ooggetuigen van de houding van den Romeinfchen Afgezant popillius geweest waren (2). Zij dienden zich in blinkend gewaad aan, om de gelukwenfchingen hunner zenders in den Raad te betuigen, en om door rouwgewaad, het welk anders veel beter aan hunnen last en eigene geestgefteldnis gevoegd zou hebben, geenen fchijn van droefnis over het lot van perseus te geven: doch de Conful junius liet hun op de markt ftaan, terwijl hij bij den Raad in omvraag bragt, of men aan hun de gewoone eer van gehoor, gastvrij verblijf

en

(1) Zie boven bL. 107-199.

£2) Polyb. excerpt. Legat. XCIIIt

IV.

boek Xil hoofdst.

J. voor C.

167. J. van R.

5*5Vreemdebejegening der Rboditrs.