Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

BOEK

XII.

nOQFDST,

J. voor C H7.

]. van R 605.

5H ROMEINSCHE

derd talenten , waarop de Romeinen hun gefchil bepaald hadden, niet flechts onthouden , maar hun tevens nieuw ongelijk aangedaan. Dezen hadden vruchtloos den bijftand der bondgenooten ingeroepen : derzelver agtervolgende voorzitters verweeten eikanderen omkooping en trouwloosheid. De tweedragt ging daardoor van tusfchen de Atheners en Oropers. tot de Lacedeemoniè'rs met het geheele bondgenootfchap over. Wederzijdsch werden de gefchillen, die nu de grensfcheiding betroffen , voor den Romeinfchen Raad gebragt. Gediend met deze verdeeldheden had dezelve geene uitfpraak gedaan, maar verklaard, zich enkel de beflisfching overhalsmisdaaden van Staat voorbehouden te wenfchen, doch verder alles aan het bondgenootfchap .zelf over te laten. Di^us, de toenmaalige Voorzitter der Achceërs, had hieruit opgemaakt en daadlijk beweerd, dat het doodvonnis in Staatsmisdrijf dus ook eigenlijk aan hem ftond, het welk hij dan ook tegen vierentwintig voornaame Lacedeemoniè'rs deed vellen, ter Wijl hij eene krijgsmagt op den been bragt, om het zelve daadlijk te doen uitvoeren.

De

Sluiten