Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedenissen.

515

De ten dood verweezene Lacedeemoniè'rs vluchteden naar Italië en bragten hunne klagten te Rome in : daar tegen zonden de Achceërs dezen nimus zelf benevens callicrates, beruchtvan wegen! zijne Romeinsch gezindheid. De laatfte ftierf op reis , doch de eerfte flaagde zoowel in de wederfpraak zijner befchuldigers, dat de Raad befloot, een Gezantfchap ter gefchil-beflisfching naar Peloponnefus te zenden (1 ).

Terwijl dit Gezantfchap deszelfs reis aantnerklijk vertraagde, had mmv s gelegenheid , om den zijnen wijs te maaken, dat de Romeinen zich geenzins met hunne zaak zouden bemoeijen, en zijnen opvolger damocritus alzoo tot de voordzetting der reeds opgevatte wapenen over te haaien , daar de Lacedemoniërs, zich op het Romeinfche Gezantfchap verlatende, naar Sp^rta waran wedergekeerd.

Metellus, die zich, na de verdrij v< ving van andriscus en alexa n-aai der uit hunnen opgeraapten zetel (2),G'

nog

( i ) Pausan. L. VII. c. 12. (a) Zie boven bl 473—476.

Kk 2

IV.

BOEK

XII.

hoofdst.

f. voor C.

147. . van R.

**.

rgeefie raad 1 de teken.

Sluiten