Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENISSEN. 517

nootfchap behoorden te blijven , en tevens begeerde, dat Argos, Heraclea, bij den berg Oeta gelegen, en het Arcadisch Orchomenus (1) van het zelve zouden afgezonderd worden , als hebbende de laatften niet oorfpronglijk tot het bondgenootfchap behoord, en de twee eerfte fteden zich door vijandlijkheden voor het zelve ongefchikt betoond."

Naauwlijk was deze eisch, die rechtftreeksch de ontzenuwing van het ganfche bondgenootfchap vorderde, gehoord, of de landdag ging vol verontwaardiging uit een. Het Corinthifche volk vergaderde en fcheidde, op het vernemen van dien eisch, even fchierlijk, maar tevens vol van onnadenkenden en roekeloozen toorn. Hetzelve viel woedend op alle de Lacedeemoniè'rs aan, die zich te Corinthus bevonden ; bragt 'er veelen om; wierp anderen in de gevangenis; fchond menigen anderen vreem-i deling, die in kleeding een Spartaan geleek ; en liet zelfs het verblijf van Romers Afgezanten niet ongefchonden. Derwaards hadden veelen eene fchuilplaats gezogt,

doch

(1) Zie de kaart van Griekenland agter D. VIII.

Kk |

IV.

BOEK

XII.

HOOFDST.

J. voor C;

147.

J. van R. 605.

Mishande» ling der Romeinfche Gezanten,

Sluiten