Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boer III

hoofdst.

j. voor C.

j. van R. 620.

TlBBRlUS

gebruikt wederkeetig gezag.

2g2 ROMEIN SCHê

zeer veele "landerijen boven de gefielde maat der wet bezat, hem eëne fchadë-'" vergoeding aanbood uit zijne'eigene kas , fchoon hij dezelve niet zeer rijk verklaard*. Octaviüs verwierp een aanbod, welks omhelzing het baatzuchtigst begit.zel zijner -tegenilreeving, door hem op die voorwaarde dan ook intetrekken, zou aan den dag gelegd hebben ( 1).

Vruchtloos alle middelen der overreding beproefd en octaviüs e>'en halflerrig tot tegenfland des nieuwen" voorftels gezind bevindende, meende tiber 1 u s zijne vruchtlooze redenen wederkeerig door daadlijkheden tè moeten onderfteunen. Hij verbood'als Gemeentsman illen anderen volkshandel, voor dat de wet van' licinius in kracht herftald zou zijn ;■ hij floot zelf met zijnen zegel-i ring 's Lands fchatkamer voor de Penningmeesters en bedwong eenige Preetors door geldboeten \ die, ondanks zijn verbod , met ?echtsbediening voordgingen (2). Deze wèderkeerige feitlijkheden deeden

de

(O Plut. in gracch. p. 849. (?) Plot. in gracch. p. 82$,

Sluiten