is toegevoegd aan je favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedenissen. 327

aldus wegens gracchus koesterde , bragt echter den Raad tot zulk eenen hoogen trap van kwaadaardige wangunst,1 dat dezelve het Gezantfchap met veront- ^ waardiging uit de Raadzaal dreef (i). 1

Het geheele jaar was thands weder meer in huislijke frilte, dan wel in eensgezinde rust gefleeten. De Gemeentsman junius pennus had , in het afzijn van gracchus, eene wet doen doorgaan , waartegen hij zich , even voor zijn vertrek naar Sardinië, met klem van redenen verzet had, gebiedende, het verdrijven van alle vreemdelingen uit Rome (2). Cicero zelf veroordeelt uitdruklijkdeze wet (3), welker werking onder anderen onmiddellijk gold tegen den vader van perperna, die , als Conful, aristonicus overwonnen en gevangen gemaakt had (4).

Bij de volgende Conful ■ verkiezing onderging de Raad de bittere grieve van

m. ful-

(1) Plut. in gracch. p. 835. ('2) Festus in voce respublicas. (3) Cic de Offic. L. HL c. li. (4> V al. max. Lr III. c. 4. ex. 5.

X 4

v.

BOI K Irf.

ioofdst.

. voor C.

. van R. 617.

Wet wegens zreemdeingen.