Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

BOEK

VIUi

HOOFDST.

J. voor C,

86. J. van R. 666.

i < 1

r r. li z ra d z n zi fc

VS

zi

te; ze

5IO ROME1NSCHË

denzelven, de Krijgstribunen en de Raadsheerlijke luiden, die zich in dit leger bevonden, op zijne,zijde te brengen, en door hun in eene volle vergadering des krijgsvolks gebragt, fprak hij het zelve, als een Ambtloos burger gekleed, en zonder eenen bijldrager bij zich, met traanen in de oogen op deze wijze toe. „ Uit uwe tend, ó burgers, genoot ik de eer des Confulfchapi maar *t geen het Volk door /rije ftem mij gaf, heeft mij de Raad zonIer uwe toeftemming ontnomen: dit onecht kwelt mij meer om uwen, dan om lijnen wil. Waar toe zal men nu langer aar de gunst der wijken ftaan ? Wat dienst unt gij ons verder doen ? Welke kracht uilen uwe zamenkomften, uwe vergadengen, uwe ftemmen langer hebben, inien uw wil verijdeld wordt, en gij zelve >o ligt van zin verandert ? '* Na voords 'g veel, ter verbittering des volks, van jne verongelijking te hebben gezegd, heurde hij eindlijk zijn kleed , fprong n zijne fpreekplaats op den grond, wierp :h daar neder en bleef alzoo aan de voei van het krijgsvolk liggen, tot dat het Ivehem opbeurde, eenen ijvooren zetel

gaf,

Sluiten