Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5»4

ROMEINSCHE

VI.

boek III. ■ dofdst.

J. voor C.

7a. J. van R. tfgo.

De zwaard"

vechters houden zich (taande tegen hunne vervolgers.

1 1 1 1 I 1 1

4

twee Galliërs, toegevoegd, en deze gezag, verdeeling over woefte vluchtelingen gaf het zekerfte uitzicht op fpoedige tweedragt, welke de fchranderiïe en nadruklijkfte poogingen moest verijdelen.

Weldra gefchiedde de vervolging, waar tegen zich de vluchtelingen gewapend hadden, maar dezelve werd door hun zoo bloedig afgeweerd, dat zij allen keur hadden , om hunne wapenen, enkel voor de fchermfchool gefchikt, en als bloot flaaventuig verachtlijk in hunnen oogen, te verivisfelen uit de agtergelatenen van hunne, :>p de vlucht geflagene, vervolgers. (1).

Dit eerfte voordeel lokte terftond eeie menigte andere flaaven, die hunne neesters ontliepen, en zelfs eenige vrije uiden van het platte land, die deel verangden aan den buit, welken zich de luiters' fchierlijk door rooverijen in de abuurfchap maakten, en onderling ge» jkmaatig deelden (aj.

Clau-

(1) Plut. in crass. p. 547.

(2) Appian. alex. de bell. civil. L. I. p. 13.

Sluiten