Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

boek III

hoofdst.

J. v or C

72.

J. van R 680.

Aanmerk' lijke ver fte.kine der zwaard vechters.

i

L

5l6 K.OMEINSCHS

ters vluchtede, en hun zijn ganfche leger agter liet (1).

Nu ftroomden spartacus geheele benden, van veehoeders uit de ganfche landftreek toe, allen uit rappe en fterke knaapen beftaande, dien hij gedeeltlijk wppende uit zijnen legerbuit, ge.deeltlijk als ligtgewapende voorlopers van zijn overige heir gebruikte. Vinding kwam hierbij het gebrek te hulp. Gevlochrene rijsjens werden fchilden, welken de flaaven, die weleer tot het maaken van mandwerk gebruikt waren, fchierlijk vervaardigden , en waar over men versch afgehaalde huiden trok, om het doordringen der fchichten te beletten; voords werd het gereedfchap , door hun uit keuken en werkplaats medegebragt , tot zwaarden en pijlen verfmeed, en geraakte alzoo een heir in de wapenen, 't welk binnen kort tot een aantal van tien duizend mannen opklom(2).

Het

CO Plut. in crass. p. 547, 54g. Epit. .iv. L. XCV.

(2) Plut. in crass. p. 548. Salldst. 'lift. L. IV. fragm. Frowti n. L. I. c. 7. ex. <k • L c. 5. ex. H. Flor. L. III. c. 20.

Sluiten