is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vn.

BOEK VI. HOOFDST.

J. voor C.

5*. J. van R 700.

ftftts ROMEINSCHE

tijd hebbende, om hunne magt bij een te brengen, flechts bevel gaf, om zich overal in de fteden op te fluiten ; doch, eer ook dit gefchieden kon, hoorde men reeds, dat de Romeinen in het land waren. Men zag nu van den verijdelden opftand af; men zond afgevaardigden, om C/Esar te verbidden; men bediende zich hier toe van de voorfpraak der /Eduërs, en op derzelver verzoek, fchonk ces ar hun vergifnis en nam hunne verfchooning aan, doch eischte hun honderd gijsfelaars af, dien hij in bewaaring der /Eduers ftelde. De Carnuters floegen nu denzelfden weg in , en gebruikten daartoe de voorfpraak der Rhemers, in wier befcherming zij Honden: ook hun behandelde cesar op gelijken voet, wijl hij den zomer in het veld en niet in rechtsonderzoekingen meende te moeten doorbrengen.

Den landdag te Lutetia vervolgends bijgewoond , en den onderfcheidenen Staa* ten eene opeisfching van ruiters gedaan hebbende, wendde caesar, na deze bevrediging van het Celtisch Gallie , zijne ganfche aandacht op den krijg van de Trevirers en ambiorix,

Hij