Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*34

ROME1NSCHE

vn.

BOEK

VI.

HOOFDST.

J. voor C.

52.

J. van R,

700.

Ambioris en de Ebu rotten dooi cveïAR ver volgd.

deed hem befluiten , niet verder voord te rukken. Om echter den Germanen niet alle vrees te benemen vooreen nieuw bezoek, maar wel de gelegenheid tot nieuwen onderftand aan de Galliërs , brak hij flechts een gedeelte van zijne brug af, en liet hij aan de overzijde eenen fchanstoren oprichten , waarbij eene bezetting agterbleef van twaalf Cohorten onder bevel van c.

volcatius tullus (i).

Tegen dat nu het graan op het veld begon te rijpen, zettede c/esar zijnen eigenlijken togt tegen ambiorix en de Eburoners voord, nemende zijnen weg door het Arduenner bosch , het grootfie van geheel Gallie, het welk zich van den Rhijnoever en de grenzen der Trevirers af meer dan , vijf maal honderd duizend fchreden in de lengte uitftrekte. L. minucius basilus, die met de geheels ruiterij vooruit trok, en last had, om niet flechts den meesten fpoed te maaken, maar zelfs het branden van legervuuren te vermijden, ten einde den vijand onverhoedsch te overvallen , volvoerde zulks

zoo

CO Cj&s. de heil. Gall. L. VI. c. 29*

Sluiten