is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

438

rome!nsche

VII.

BOEK IX. HOOFDST.

J. voor C,

si,

J. van R. 701.

* Die van

Fivarez. '

1

\ 4 < \ \ \ \ 1 j

i/ijandlijke bezettingen te waagen, en dit ?af aan c iE s a r ruimte, om zijn krijgsontsverp in dezen neteligen toeftand te volvoeren. Hij wilde in het land der Arverfiers doordringen , en had daartoe eene verzamelplaats befcheiden bij de Helviërs * van een gedeelte der benden , die tot het vingewest behoorden , en van alle de üeuw geworvene krijgsluiden uit Italië. De berg Cevenna, die de Helviërs van ie Arverners fcheidde, was hem alleen naar in den weg: doch het krijgsvolk, loor zijn voorbeeld bemoedigd , baande iich dien weg door de meeuw , die zes 'oeten hoog deszelfs kruin bedekte. De fryerners, gerust op dezen berg, als op enen muur, die hun, in dit jaargetijde, roor geenen enkelden perzoon, veel min oor een gansch heir,overkomelijk fcheen, verden overrompeld. C^sar's ruiters rerfpreidden zich eensklaps , op zijn be'el, over hun ganfche land, en vermenigvuldigden alzoo den fchrik, dien het rerucht en bijzondere boden fnellijk overiragten tot in het leger van vercingerpRix. Alle de Arverners, die onder

zij-