Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

romeinsche

VII.

BOEK.

X, HOOFDST.

J. voor C.

49. J. van R.

703.

het Raadsheerfchap onwaardig. De Ce#ful marcellus bediende zich van hec gefchil der Cenfors, om den Raad zeiven over het voorwerp daarvan te doen bellisfchen. Terwijl de andere ConJ'ul zich hier over als van ipijt den tabbaard fcheurde , verzettede zich curio in het eerst tegen deze voordragt, als geheel wederrechtlijK en ongehoord ; doch weldra bemerkende , dat de aanhang van caesar in die vergadering de meerderheid uitmaakte , en dat de overigen door fehröom zouden wederhouden worden, verklaarde hij : „ zijn gedrag zoo te hebben aangelegd , dat hij zich daarover niet had te fchaamen , en al zoo niet weigeren wilde, daarvan reekenfchap te geven aan,de be« fchreevene vaders , latende hij het aan hun over, om ten zijnen aanzien naar ?.s lands belang en eigen geweten te beiluiten " De aanval van den Conful marcellus tegen curio was nu zoo heftig, dat zijne veroordeelimr, zeker fcheen: doch de meerderheid des Raads fprak hem niet Hechts vrij, maar verdeedigde en prees zelfs zijn gedrag, het welk zoo ondrage-

lijk

Sluiten