is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

boek.

X.

hoofdst.

J. voor C.

47. J. van R 705.

Gedrag van

CORNELIA.

4*2 .romeinsche

gen, waarin hij al de jonge manfchap van dat gewest, zoo wel Grieken als Romeinfche burgers, te wapen riep. Het bleef echter twijfelachtig, of hij door dit bevelfchrift eeniglijk den fchijn zijner vlucht wilde verbergen, dan wel of hij wezenlijk eene nieuwe werving bedoelde, ten einde voet in Macedonië te houden. Zeker is het, dat hij 'er eenen nacht voor anker bleef liggen en, van zijne gastvrienden aldaar, dien hij aan boord noodigde , eenig geld tot zijne noodwendige uitgaven opgenomen hebbende, op het gerucht van ce sar's aantogt, fpoedig weder de ruimte koos en naar het eiland Lesbos wendde, in welks hoofdflad, Mitijlene, zijne gemaalin cornelia geduurende dezen vcldtogt, als in eene veilige wijkplaats, haar verblijf had gehouden (1).

Cornelia verwachtte eiken dag de tijding der volkomene overwinning haares Gemaals, waar van haar de vleijende en veel vergrootte berichten wegens ce sar's aftogt bij Dijrrachium bedrieglijk ve:;e« kerd hadden. Vol van die verwachting,

zag

Ci) Ces. de helL Civ. L. III. c. 109.