is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

boek III. hooidst

J. voor C.

215,

J. van R.

537. Wapening van 8000 flaaven.

i 1 <

v

i i \

438 romeinsche

duizend jonge en rappe flaaven in de wapenen , na dat hij hun, op hunne voorafgaande verklaaring van wel te willen dienen , van hunne meesters had vrij gekogt. Zulk eene wapening, welke op 'sLands kosten gefchiedde, en waartoe men, bij gebrek aan genoegzaam krijgstuig , de veroverde vijandlijke wapenen uit de tempels en gaanderijen gebruiken moest, mishaagde thands minder, hoe vreemd en frrijdig met de oude inftellingen dezelve ook zijn mogt (O, wijl het bleek, dat men de krijgsgevangenen voor een zeer ?eringen prijs uit 's vijands handen weder osfen kon (2): en daar de fchatkist voor :oo veele ongewoone onkosten te kort bhoot, offerden de Raadsheeren blijmoehg hun eigen vermogen op, geen ander ;oud voor zich zei ven behoudende, dan tunne ringen en de halsbellen hunner kinleren (3).

Han-

(O Zie D. I. bl. 346, 347.

(O Liv. L. XXII. c. 57 Zij werden

Voites vrijwilligers genoemd ter onderfebeiding der 'oluntarii, die vrijwillig dienden, na dat zij reeds oven den jaaren waren.

(3) Flor. L. IL c. 6.