is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iv.

BOEK. VL

HOOFDST.

J. voor C

204. J. van R,

5*8.

i

i

2

t< g

V

n

*7° romeinsche

tedehij zich, ondanks 's Confuls bevel, de Krijgstribunen voor zich te laten fleepen, hun onder de gruwelijkfte folteringen te vermoorden, en hunne mishandelde lijken onbegraven langs den weg te werpen. De-" zelfde wreedheid pleegde hij tegen eenige voornaame Loer er st dien hij hoorde, dat over mishandeling bij scipio geklaagd hadden, en al, wat weleer zijne knevelaarij of wellust tegen deze ongelukkige burgerij misdeed, werd thands door zoo veelvuldige onmenschlijkheid vervangen , 3at zijne gruwelen niet flechts hem , naar den Conful zelf, ten fchande en verbeijing gereekend werden (1).

Tegen den tijd der groote volksvergadering fchreef licinius aan den laad: „ dat hij en zijn geheele leger :eer ziek was, en reeds lang onbeftand ou geweest zijn , indien dezelfde ziek; den. vijand niet veel heeviger had aanetast ; dat hij dus, de kies vergadering m nieuwe Overheden zelf niet bij kuilende woonen, met goedvinden van den .aad, q.c^cilius met el lus tot

Die-

(O Liv. L. XXIX. c. 9.