is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TV.

BOEK VII. HOOFDST.

J. voor c

198. J. van R

554Aanwinsvan Bond genootün . voor Romt in Macedonië.

J 1

432 ROMEINSCHE

die hun alleen te vermogend was ge; weest. Dezelve waren pleuratus, de zoon van scerdil^dus, die 'een gedeelte van Illyrie beheerfchte, •amynanoer, de Koning der tJthamaners , en üato een Dardanisch

■ Vorst , wiens vader weleer met eigene

■ magt demetrius, den vader van philippus beftreeden had. Sülpicius nam hunne dienstaanbieding beleefdelijk aan, verzogt den bijftand van pleuratus en bato bij zijnen eU gen inval in Macedonië, droeg aan amyn a n d e r het aanzetten der Mtoliërs tof deelneming in dezen krijg op, andwoordde den Afgezanten van a t t a l u s, die zich thands ook bij hem vervoegd hadden, dat hun Vorst te Mgina de Romeinfche vloot zou afwachten, om gezamenlijk den zeetogt te openen, en zond zelf Afgezanten naar de Rhodiërs, om toch niet werkoos in dezen veldtogt te blijven ( 1).

Philippus, in Macedonië van zijnen Griek* 'chen togt terug gekeerd, was niet minder verkzaam van zijnen kant. Hij zond zijnen

eigen

CO Liv. L. XXXI. e. 27i a».