is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

434

ROMEINSCHE

IV.

BOEK

VIL

HOOFDST.

J* voor C,

198. J- van R.

554.

1

1 <

] ] i

2

r v

eerfte gehoor. Dezelven betuigden, niet nieuws te hebben voor te dragen, maar alleen de bevestiging van eenen vrede met hunnen meester te verwachten, dien hun de nutteloosheid des Romeinfchen bondgenootfchaps wel eer had doen aangaan. Om dit echter ten krachtigsten aan te dringen , herinnerde de woordvoerer der Macedoniërs hun aan Mesfana en geheel Sici. Ue, 't welk de Romeinen, onder voorwendzel van het bij te ftaan en te bevrijden van het juk der Carthagers, cijnsbaars gemaakt en aan hunne bijlbundels onderworpen hadden. Hij maalde hun ie Romeinfche overheerfching van dat eiand niet flechts, maar van Rhegium, Ta. ■entum en geheel Groot- Griekenland met le haatlijkfte trekken af. Hij fprak van Oapua als de grafplaats der Campaners, en ïoemde het den romp eener ftad, zonder laad , zonder Volk , zonder Overheid , vier aanzijn grooter blijk van wreedheid' vas, dan derzelver geheele verdelging ou geweest zijn. Hij beweerde, dat het aazernij zou zijn, aan een beter lot van reemde meesters te denken , door taal

en