Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

BOüK

X, HOOFDST.

J. voor C

i8i. J. van R.

571.

< I

c c

h w

V

fi

le

gi

nu

<

504 ROMEIN5CHE

lippus zelf gevoelde, dat de keuze zijnes erfopvolgers geenzins aan hem zou ftaan, en zich ten hoogften ergerde, dat 'by zijn leeven reeds de voornaamfte Macedoniër* hun Hof bij zijnen jongden zoon maakten. Demetrius voedde ook deze onaangenaame vermoedens voor zijnen vader en broeder niet weinig door de laatdunkendheid, waarmede hij van zijne zending naar Rome fprak en van de gunst, welke men zijnen vader geweigerd, doch iem had toegeftaan. Bij dit alles kwam ie aandrang voor phili ppus der Romeinfche Afgezanten, om hem daadlijk ■He zijne, hem ontzegde, bezettingen te loen intrekken, en tevens de behoefte, m door eene fchijnbaare gewillige geoorzaaming, was het mogelijk, de Roeinen onbezorgd voor hem te maaken , ïrmids de lafhartigheid van den BUhynihen Koning hem weder aan zich zelf alen had overgelaten (1). De denkwijze van philippus ontig echter der fchranderheid van het R*. insch Gezantfchap niet, het zelve be-

rich-

[1) Liv. r. xxxix c.53.

Sluiten