Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORREEDE.

xxix

band , en recht geleerd en begreepen kan worden, ten zij men om orde in zijne denkbeelden te houden, een fystema tot een legger gebruikt. — Of zou men, om dat iets gemisbruikt wordt, het niet meer moogen gebruiken? —

Ik zal uniet veel langer ophouden,Leezer! Neen! P. maakt nog van een /luk in zijne Voorreede melding, doch hier over zal ik zijn Ed. zeiven onder' houden, gelijk ook over alles wat er verder ten mijnen laste voorkomt. — Lees vooral de volgende Brieven onbevooroordeeld — en geloof, dat, daar de Hr. P. heeft gemeld, dat hij niet meer over ons gefchil fchrijven zal, Ik u ook niet meer zal lastigvallenmet mijngefchrijf 'over dit /luk.— Neen! die uit een Voordel, Antwoord, Repliek en Dupliek eene zaak in gefchil niet beoordeelen kan, zal uit vijftig Schriftuuren ook niet wijs worden. Hier hebt Gij dan ook mijn affcheidvan den Hr. Philadelphus. ——

Ik moet u nog 't een en ander vooraf zeggen. — Dit dient men te weeten, dat iemand, die zo verachtlijk behandeld wordt, als mij van den Hr. P. gefchiedt, begrijpen zal, dat het een gevoelige ziel onmooglijk is den bal niet eens weer te kaatfen! — Misfchien zullen wel fommigen denken, dat ik hier en daar wat fcherp ben. Dit ontveinfe ik in het geheel niet. — Het was wel dikwerf mijn voorncemen (eer ik tegen de Verantwoording van den Hr. P. de pen opvatte) al het bittere van den Hr. P. ongemerkt voorbij te gaan. Doch het was mij volftrekt onmooglijk. — De bitterheid en de verachting, waar meede mij de Hr. P. (van bladzijde tot bladzijde) behandelt, moeten zelj's wel een engel uit zijne bedaarde luim brengen. — Springt P. met mij niet

om

Sluiten