is toegevoegd aan je favorieten.

Dupliek of Afscheid van Alethophilus aan Philadelphus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE BRIEF.

149

het fpoor volgen. Gij fchrijft: (*) „ Intusfchen om te bewijzen, dat de heilige Mannen her geheele volk niet als verbondelingen aanmerkten, maar wel degelijk toonden, als zij het geheele Volk aanfpraken, dat zij een wezenlijk onderfcheid maakten, zegt de H. „ A. wel kortjes weg: ., „ Zie maar deplaat„ ,, Jen, door u bl. 143 aangevoerd'''". Dog het was de post van den H. A. geweest uitgedrukte plaatfen aantej, voeren. — Dit nu heeft de H. A. niet gedaan, want „ geen redelijk mensch zal dit voor een overtuigend be„ wijs houden: „ ,, Zie maar de plaatzen bl. 143 door „ „ u bijgebracht"". Wat, bid ik tog, is dit voor ma„ nier van bewijzen"? Leezer! kunt Gij bij deeze woorden anders denken, of A. heeft niets meer gefchreeven dan het geene P. hier aanvoert en geen bewijs,

geene plaatfen ten bewijs aangehaald. Maar Ha nu

eens mijne Brieven op Leezer! hl. 32 in 't midden ftaan die aangehaalde woorden en bl. 33,boven aan eindigteen brief en bh 34 begint een volgende. Jh dien volgenden Brief nu begin ik plaatfen ten bewijse aantevoeren: zo dat ik bij den aanvang van een nieuwen Brief bh 40 aldus begin: „ Wij moeten nog andere bewijzen „ voor mijn ftelfel nagaan". — Het is dan niet maar eene enkele plaats die ik behandele, neen! eene menigte. •— Wat denkt Gij nu, Leezer! van iemand die u wil wijs maken, dat A. zo maar korfjes weg in de plaats van bewijs er zich afmaakt met deze woorden :• - „ Zie \, maar de plaatfen door ubh 143 aangevoerd." ? — Geloof mij niet, Leezer! op mijn woord. Zie mijne Brieven in en ziet Gij dan daar de plaatfen, die ik aanhaal, bedenk dan eens wat het hart van A. gevoelen moet bij. het lezen van zulke aanmerkingen van P h i l a-

del"

C*) Bl, iï2 , 123.

K %