is toegevoegd aan je favorieten.

De reis naar Brunswijk, door den vrijheer van Knigge. Een kluchtige roman

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B R U N S W IJ K. sj

Van eenen bloedrijken weekeling, die traanen ftort over Roman-helden: hij heeft gevoel; en hetzelfde zeggen wij van den man, wiens hart met ijver en werkzaamheid belang fielt in groote voorwerpen; maar vergeeten wij daarbij niet, dat de eerRe de grootfte fchurk weezen kan, terwijl integendeel de wezenlijk deugdzaame man, bekwaam tot verhevene daaden en edelmoedige opofferingen, door de heerfchappij van zijn verftand over de hartstogten moet uitmunten ? in één woord ! de deugd beftaat niet in een duister gevoel, gelijk ik in eene Leerrede , die nu welhaast het licht zien zal, breeder ontvouwd heb: 't geen ik voor eea oogenblik beweerde wordt immers ook door de ondervinding bewaarheid ? vindt men niet onder de kundigfte virtuoozen het fiechtfte ras van volk, die bijna niets menfchlijks aan zig hebben ? (De jonge Heer ftond op en ging de kamer uit.')

de bailluw, (tegen den gewigtigen man.) Kent gij dien Heer, die daar zo van de muzijk fprak, en die, zo het fchijnt, veel betrekking hebben moet tot Vorftlijke perfoonaadjen ?

de gewigtige man. Of ik dien flechten vent ken? zou ik niet! hij is een reizende fluitfpeeler; de grootfte ligtmis die'er op voeten gaan kan; die, toen ik in Vorftlijke aangelegenheden in IVetzlar was, de dochter van een eerlijk burger verleidde en met haar doorging: naderhand is hij ook al eens tooneelfpeeler geweest; thana is hij te Weenen in de Capèl van zekeren Prins: gij hebt gelijk gehad , Dominé ! dat gij hem de C *.