Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoelde, een Calèche opzette, die zy zeer laag over het aangezicht liet hangen ; vervolgens ftclde zy zich in het postuur van iemand, die overwonnen is van den ilaap, cn plaatfte zich in den hoek van het rytuig, zoo dat ik alleen een weinig van haar gelaat kon zien , en dat haare knie de myne raakende . . . Ongelukkig zy, die niet oordeelen kunnen, wat ik gevoelde ! Zy kennen de toovcryc der liefde niet.

B1 het aankoomen booden wy dc hand aan de Dames om uit het rytuig te flappen. Mevrouw d'arleville leunde op ons beide. Ik beefde uit vrees, dat adcle het zelfde mogt doen. Op het oogenblik dat zy de hand uitfteekt, die zy den Abt moest geeven , ziet zy my aan , leest in myne oogen, wat 'er in myne ziel omgaat, trekt terftond haare hand weg, als moest zy haar kleed daar meê ophouden, en met de andere fterk op my leunende. ... De myne was onder haar' arm. . . . Eene fchielyke , zagte en beurtlingfche drukking. . . . Wat zouden wy meer gezegd hebben, indien wy gefprooken hadden ? Maar wy waren in ze-

k»r-

Sluiten