Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 17 )

Twee oude Boeren kwamen uitloopen. Mot een riep schfll: loop in het Dorp, en Iaat de Rechter op bet ogenblik een wagen aan-

Jpannen ik heb den fpitsboef ingehaald —

hy hee.ft myn paard doodgeftooken , waar door ik myn been verrekt heh; — ik heb hem echter nog vastgehouden en gevangen — Toe 1 fcbielyfc een wagen ! op dat hy nog levend gehange worde.

Toen liet zich trenck: voor halfdood in de kamer (leepen. Een Boer hep naar het Dorp; een oud moedertjen en een braaf tn eis jen hadden medelyden met hem , en gaaven hem melk en brood. Maar hoe verfteld ftondeti zy, wanneer de oude Boer schell by zyn naam noemde, en hen verzekerde , dat hy wel wist, dat zy deferteurs waaren, wyl 'er' reeds, den avond te vooren , een Officier, welke hen naarjaagde , in de herberg geweest had , die hen genoemd , hunne kleding befchreeven , en de geheele gefchieoenis van hunne vlugt verhaald had.

Hier fchoot dus niets overig dan een fchielyk befkjit en tegenwoordigheid des geestes. Trenck fprong teüftond op, liep in den (lal, en schell hielt den ouden Boer in de kamer te rug, welke het echter goed met hen meende, en hen intusfchen den rechten weg aanwees om naar Boheemen te koomen. Zy waaren nu llegts één en één halve myl van Glatz at', en hadden mislchien zes mylen lang, dan eens voor, en dan eens agterwaards, in het gebergte rondgedwaald. Het meisjen gaf trenck nog twee toornen voor de paarden , schell kwam met zyn lammen voet naar buiten, trenck hielp hem te paard, en dus reeden zy zonder zadel en hoeden weg.

Het was een groot geluk voor hen, dat het B een

Sluiten