Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of REKENKUNST. a?

noch de Divifio geen verkorte SubfiraStio zou kunnen zyn.

Men zou ons, wel is waar,kunnen tegenwerpen, dat men in de Meetkunde Roeden met Roeden, Vosten met Voeten, Duimen met Duimen, enz. multipliceert ; doch de Meetkunde is van eene geheel andere natuur dan de Rekenkunde, en komt dus hier geheel en al in geen vergelyking; en het moet een flegthoofd zyn, die Meetkundige bewyzen bybrengt,, om Rekenkundige Beginfelen te verklaaren. Trouwens zulks kan best door de Rekenkunde zelve gefchieden, zo als in 't vervolg van dit Werk ge» toond zal worden.

Dewyl dan door de vier Hoofdregelen van onbenoemde getallen ook die van benoemde getallen afgehandeld zyn, als men flegts in ieder gevaléón en dezelfde Specie, Maat of Gewigt onderftelt, zoblyft ons niets anders overig, dan de toepasfing der ge« melde Hoofdregelen op getallen van verlchillende benaamingen, waartoe wy nu zullen overgaan; doch alzo de Gelden , Maaten en Gewigren hier by in aanmerking komen, zal het noodig zyn hunnewaardy te kennen; weshalven wy derzeKerverdeelingen hier vervolgens in eene gefchikte orde zullen opgeeven.

G E.t D S P ï C I 5 S.

Een Gulden is ao Stuivers.

Een Stuiver 8 Duiten, of 16 Penningen.

Een Gulden is ook 4 Oorten.

Een Oort is 5 Stuivers , of 2 Stoters.

Een Stoter is 2 Braspenningen.

Een Braspenning is 10 Duiren.

Een Goudgulden is 28 Stuivers.

Een Daalder is 30 Stuivers.

Een

Sluiten