Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. 27

carolina.

Ik geloof dat gy niet wys zyt. Ik wil flecbts weten, hoe gy my zoud toefpreken.

de kapitein.

Ik zoude u duizendmaal herhalen : dat ik u aanbid ; dat ik alleen leve, alleen ademhale, om u te beminnen; dat myn eenigste geluk bcftaat in te hopen dat gy myne liefde met wederliefde zult beloonen.

carolina.

Dat gaat goed. Hoe verder ?

de kapitein.

Dat uwe ketenen my aangenamer zyn , dan myne vryheid; dat één oogöpflag', één lagchje, myn geluk vermeerdert.

carolina.

Bravo ! Noch verder.

de kapitein.

Laat af met fchertfen. ó Myne lieve Carolina! hoe is het mogelyk dat gy vermaak fchept om een hart te doen lyden , dat u zo oprecht bemint ?

carolina.

Ha, ha! nu word het gefprek recht fentimenteel.

de kapitein. Indien gy myne hartsgefteldheid kende...

carolina.

Hartsgefteldheid! dat behoort, geloof ik, tot de ontleedkunde. Nu, ga voort.

d e

Sluiten