Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l(Jo Ritmer de Jonge.

Ritmer de jcnge.

Dat is een wonderly^e vraag; Ik weet

het niet.

L e Flus. Dat geloof ik zeer wel ; de geleerdfte Profesfor zou my dit niet kunnen beantwoorden.: Ha! ha! ik wou de Profesfors en Predikanten wel eens voor hebben ; hoe zouden zy op die vraag op den neus kyJ ken!

■ Ritmer de jonge.

In de daad; dat is een geeftige vraag; ik merk dat de vrygeestery uit enkel vernuft famengcfteid is; myn Neef moet my nu maar weer aanboord klampen ; ik ben niet bevreesd om hem ha de vlugt te flaan.

L e Flus.

Uw neef Bergens is een hals die niets weet; gy moet deze ftukjes maar doorleezen , dan hebt gy wapenen genoeg, om u tegen alle de voorft.inders van den'Godsdienst te verdedigen; niets is noodzaaklyker voor de jeugd, want de beste vermaken , die door den Godsdienst losbandigheden of boosheden genaamd worden, Zl?!.£ gy. zeer. vernuftig in deze ftukjes verdedigd vinden.

Ritmer de jonge. Wat moet ik u voor die vief ftukjes betale^? Le

Sluiten