Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S4

KRASPOEKOL of de

en aan eénjjjfiaavenhandelaar te Macasfar te verkoopen. Ten dien einde wachtte hij mij op, met nog twee andere boos Wigten, des morgens vroeg, als ik naar de rivier ging 'om mij te wasfchen , niets kwaads vermoedende. Ze overvielen mij , bonden mij de handen, en flopten wiij een neusdoek in den mond, zoo dat ik niet om hulp'kon roepen. Aldus verfchuilden ze mij den geheelen dag in een bosch; en des nrgts, toen het donker was , bragten ze mij naar de ftad Macssfar, aan de achterdeur van 'thuis van een fiaavenhandtlaar, die daar reeds van verwittigd fcheen te zijn, koomende'terfiond naar buiten. O , mijnheer! hoe zal ik u verbaalen wat hier voorviel! Mijn oom, die zijns broeders dochter te koop veilde ; de fia;.venhsndclaar , die mij wel koopen wilde, doch op den prijs zoo veel mogelijk wil* da afdingen; mijn oom, verwoed over die inhaaligheid, dreigende, als hij den gevraagden prijs niet wilde geeven , mij een kris in het hart te zullen jaagen, waar van hij reeds de punt op mijne borst zette; ik , mijn oom biddende en fmeekende mij aan mijne ouders'terugtegeeven; de flaavenhandelaar, eindelijk, tloor „yvinzugt gedreven, een hooger prijs biedende , die door mijn oom , vervoerd van raazernij , aangenomen wierdt; ik vrugteloos hem bezweerende, bij al wat heilig was, om mij niet aan mijne ouders te ontrooven , daar mijn verlies hen voorsi-

Sluiten