Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 29

taal der liefde en des bloeds — wy zullen voor geheel het volk uitgillen dat gy niemand hoondet, dat gy geene party verdedigd, maar alleenlyk gepleit hebt voor de rechten van den mensch; voor die edele gelykheid welke het leven van den burger zo zoude veraangenaamen, dat hy met onverbreekbaar banden aan zyn vaderland verknocht zoude weezen... ernestus, na eenige tree den ter zy de gedaan te hebben.

Gy vermoeit u te vergeefsch! lieve Agatha, omhels my voor 't iaatst: (hy ftrekt zyne armen uit .) gy oofc Mietje! — en gy, lieveling van myn hart om dat gy braaf zyt, omhelst gy allen my voor 't laatst; ik ga, op dat gy behouden moogt blyven; in vryer lucht ademende zal ik voor u kunnen werken — maar wacht u voor deezen, (op Willem wyzende, die geduurende het voorgaande gefprek zig aan de eene zyde van het tooneel begeven heeft, en eenigzins bedrukt ftaat f) hy is myn verrader, hy heeft myn manufcript gcreolen , en 't in handen van myne vyanden gebragt, op dat het tegen my zoude dienen. (Agatha en Mietje barsten uit in traanenT) Zie in hem denDumourier van uw huishouden - den zoon die zyn' Vader verraadt. (Hy weent, en ziet Willemftaarendeaan — na eenige «ogenblikken vliegt hy na hem toe , op't zien van welke drift Agatha en Mietje luidkeels gillen, en Jantje met geweiden fchreiende fchreeuwt: Vader! Vader!)

Maar ik vergeef 't u. (Hy fmt hem in zyne artr.en, en drukt hem tegen zyn borst0 verrader die uit myne lendenen gefproten ayfi — laat ik myne

Sluiten