Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 17 3

ttaor het hoofd, doch ik worp dezelve als noodeloos weg en zweeg.

Vier of vyf dagen, na dit voortral, komt my de Heer, aan wiens huis het gezelfchap geweest was, tegen, en verzoekt my eene wandeling met

hem te doen; wy gingen naar buiten,en hy

bragt my in een tuin die hy zeide aan een zyner Vrïendinne toe te behooren ; die vriendin was dezelfde Juffrouw welke door A dus gevleid in baar byzyn — en beledigd in baar afzyn was.— Zy ontving ons met een gul open gelaat — dat de beste vriendfchap en tevens het beste karakter tekende. Naauwlyks hadden wy 'er één

uur gezeeten of A laat zich aanmelden —- en wordt even vriendelyk als wy door haar ontvangen. Zoo dra ik hem gewaar wierd be-

floot ik hem te befchaamen, ingeval hy het waagen durfde wederom deeze Vrouw te vleijen. — Doch hy kwam my voor, en riep my ter zyde, my verzoekende van het geen hy gezegd had

niets te laaten blyken. Ik beloofde het hem,

mits dat hy openhartig was tegen zyne vriendin, hy deedt zoo, en daar hy een niet onkundig man was, fleeten wy een genoeglyk uur met hem.

Zoo 'er der menschheid veel aan gelegen is, gevaarlykekarakters te leeren kennen,is zekerde vleijer een der eerfte onmenfchen die haare opmerB king

Sluiten