Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E 2° 1

bemoejing aan, naamlijk deezen: „ dat bij de Regenten „ dlgemeenlijk een denkbeeld plaats had, dat zij, in dit „ gemeenebest, een van de burgerij afgezonderd corps ,, uitmaakten; en de dwaasheid der burgeren," dus voer Zij voord,,, van zulks te gelooven. heeft alles bedorven: ,, zie daar den doodlijken wortel des kwaads, zonder „ weiks uitroejing er geen heil voor den Lande te wach„ ten is" - zie daar, zeggen wij, op onze beurt, eene redeneering, gebouwd op eene loutere hersfenfcniml — 't is nooit te bewijzen, da: bij de Regenten zodanig een denkbeeld heerscht; even weinig als dat het volk, de door de deputatie hun gedaane aantijging zoude verdienen —— 't is eene dubbelde befchuldiging, zon. der grond; en te onvoorzichtiger door de deputatie gedaan , om dat zij ten minften haare Schijngronden daarbij had moeten opgeeven '— goede Regenten, (en de deputatie had haare aandacht op de kwaade niet moeten vestigen; deezen zijn te weeren; ook hangen deverricli. tingen van een Regent, te weinig van hem in 't bijzon, der af, dan dat een kwaad Regent, veel kwaads zoude kunnen berokkenen,) goede Regenten, zeggen wij, ver. heffen zig niet verder boven het volk dannoodigis, om hunne achtbaarheid te maintineeren, en daardoor de orde in de maattchapi] te bewaaren; en het volk, hetwelden. kende gedeelte des volks, (want wie zou het laage ge. ineen„ dat bijna niets heeft als het uitwendige, 't welk hen tot menfehen maakt, in aanmerking neemen!) vernedert zig niet beneden hunne Regenten, dan in zo verre zij derzelver achtbaarheid erkennen, en hen den moejelijken last, welken zij te draagen hebben,doorftillegelaatenheid, gegronde achting, en kinderlijke gehoorzaambeid, ligt willen maaken. Na deeze en andere gronden blootgelegd te hebben ,

Sluiten