Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. 2?

rheinthal de jonge.

Dat is onmogelyk!

de hofmeester.

Ach, genadigfte heer! het hart bloed my, wanneer ik...

rheinthal de jonge. Misfchien heeft men aan myne zonen geld gezonden?

de hofmeester.

Aan den heer vaandrig vyftig dukaten , aan den heer kapitein niets.

rheinthal de jonge. Hoe veel geld houd gy over?

de hofmeester. Iets over de honderd daalders.

rheinthal de jonge, ly zichzelven. Dat is niet uit te houden! (Overluid.) Ga, aanftonds, naar myne vrouw, laat zy u de gefamentlyke nukken re rug geven, en breng ze my.

d|e hofmeester. Goed, genadige heer! {By zichzelven , terwyl hy vertrekt.) Nu begin ik verlegen te worden.

rheinthal de jonge. Welk eene huishouding!... welke buitenfporigheden!.. van eene vrouw, die haren man, hare kinderen bemint, is dit onbegrypelyk.

A Q F<

Sluiten