Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30 philosöphische o n d e 15.2 o e kin g

moorden eeri zoo heerfchende trek iri zijn charafter geweest is, als het zich bij de Israëliërs vertoont; ja men kan zeggen* dat na maate de Molïifche Godge lecrdheid zich in 't vervolg onder anderen Volkeren verbreid heeft; en in hunne godsdienstige begrippen ingefloopen is, en na de betrekkinge* dat die leere van Jehovah, tot op onze tijden toe als waare God' geleerdheid gegolden heeft * ook na die maat en betrekkinge, zeg ik, zich ook de gruwelijke menfchenhaatende geneigdheeden onder anderen Natiën verbreid en tot onze tegenwoordigen tijd onderhouden hebben! die Jehovah, welken Mofes op den throon der Godheid verhief, is enkel cri voornaamlijk de uitvinder en oorzaak van allen menfehen - offers, die ooit de Godheid zijn toegebragt; als mede van den fchriklijken godsdienstigen haat; die den aardbodem met zo veele jammeren óveiftroomd heeft; en die nog tegenwoordig de onderlinge broederlijke liefde uit de menschlijke gezelfohappen verbandtj en integendeel dood en verwoesting, op de eene plaats meer, op de andere minder , om zich verfpreidt ! dat men mij, voor en ten tijde van Mofes, eenig ander Volk in de gefchiechnis noeme, dat op aanraading zijner Goden, óf ter cere eii ter verzoening van denzelven, menfehen gejlacht heeft? Het offeren der kinderen, dat ter eere van Saturnus^ (of zoo als het in den Bijbel genoemd wordt, den Moloch of Baal) gefchiedc, wordt tegen de uitfpraak der gefchiedenis, zeer kwalijk verdaan, als men zicli verbeeld dat de kinderen levendig' zijn verbrand geworden! Geenszins: de kinderen wierden van de Camariden of Priesters, of op derz'elver bevel en verordening, van de ouders zei ven, tusfehen twee groote vuuren , die ter eere der Sonnengoden waren aangedoken, veilig doorgevoerd of gedraagen, (het. geen ook de Bijbel zelve niet weederfpreekt, 5 boek Mofes, Cap. 18 - 10-2. 2 Kon: 16 - 3. Cap. 21 - 6, en Cap. 33 - 10) En deeze plechtigheid .was gedeeltelijk een teken van huldiging aan dien God der Sonne, en gedeeltelijk wiè'rd zij als een geneesmiddel tegen krankheden gebruikt, als meede voor een bewaarings* middel tegen dezelve; zoo als noch heedendaags in de: bijgeloovigde Provintiën, diergelijke posfen met het

•; z'oï

Sluiten