is toegevoegd aan uw favorieten.

Philopsophische onderzoeking over de godgeleerdheid, en den godsdienst in't algemeen; en die der Jooden in't bijzonder.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE GODGELEERDHEID, enz 11$

voorbeeld het Sijsthema der Nature van den Heer Mirabeau kortlijk onderzoeken, en dit te liever, omdat dat genoemde Sijsthema nu in 't Hoogduitsch en wel in een voortreffelijken ftijl is overgezet;.en het te vermoeden is, dat het nu nog meer dan te vooren zal geleezen worden; dewijl, zeg ik, mij daar oneindig veel aan gelegen is, dat geen leezer zich door den fchijn laate verblinden , en tot de troosteloofe gedachten mogte laaten verleiden, als waare de hoop onzer voortduuring na den dood flechts een zoeten droom, dien wij droomden, en geen gewigtige onomftootelijke waarheid , die voor den ftrengen mchterftoel der rede in 't algemeen beftaan konde. De genoemde Heer de Mirabeau fchijnt op veele plaatfen, en inzonderheid in het 13 Hoofddeel van'zijn Boek het te hebben toegelegd, om de grondeloosheid der hoop op onfterflijkheid te willen beweeren. Alleenig men leeze hem met aandacht en men zal gewaar worden (a) dat het geene dat hij werklijk tegen die hoop aanvoert, deallerellendigfte en armfte declamatie der Waereld is; daar men in eens den fcharpzinnigen man mist, die hij anders in allen zijne onderwerpen, en het heerfchend geloof aan een geestelijke Godheid betreffende, is. Daar hij hier al zijn gezegde met dé gewigtigfte gronden ftaaft; zo veroorlooft hij zich daar, bloote verzekeringen ter neder te ftellen, zonder zich te bekommeren , met welke gronden hij die kan onderftutten of fchijnbaar maaken. (b) Dat hij zelve de ongegrondheid zijner beweeiïngen moet gevoeld hebben, terwijl hij zich geduurig genoodzaakt ziet, om het geen hij met de eene hand wegneemt, oogenbliklijk met de andere te, rug te geeven. Ik zoude meer dan twintig zulke plaatzen uit zijn gefchrift kunnén aanroeren, maar zal het flechts bij drie laaten berusten. Hij zegt, in het vijfde Hoofdftuk van de orde; „ Dat het geen den mensch ten doode brengt, „ voor hem de grootfte aller wanorde is. Intusfchen is „ de dood voor hem niets als een overgang lot een nieuwe „wijze van beftaan: Hij is in de,orde der Natuur! in „ het zesde Hoofdftuk van de menfehen, is het alle ver„ fcheide toeftanden, revolutien en veranderingen wor„ den bij het menschlijk werktuig, (machiene) door de„ zelve wétten beftuurd, die de natuur alle wezens H a „voor-