Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïJ5 u&m$J3

jonge Myris, wanneer zij zich zelf met deze Beelden vergeleek, en was altoos verzeld met den wensch om de godin der fchoonheid en haregefpelen, in hare ware gefUlte te zien. deze wensch wierd dikwils gevolgd door een poging der inbeeldingskragt om zich een harer waardig Beeld te verfchaffen , en deze poging fcheen zomwylen door de Godinnen begunftigd te worden, een toeval maakte haar eens uit den mond eens Zangers van Thebe het verhevenst gezang op de Gratiën bekend, een heme Ifche licbtftraal fcheen haar, toen zij hem hoorde, in de ziel te fcliynen. 't was haar ais wierd een digte flufer van voor hare oogen wechgetrokken , en nu zag de Gratiën (*) Van welke al het 9, aan»

(*) Danaë zegt in het origineel deze Vernü .van P'nd.arus. Cuit de ge Olympifche Ode) met de eige woorden op: het onvermogen om een Pindarus na te vliegen, heeft ons tot een omfchrijving genoodzaakt, waar door het oorfpronkeiijke misfchien minder verliest als door een woordelijke overzetting

Sluiten