is toegevoegd aan uw favorieten.

Karakter van Frederik den Tweeden, koning van Pruissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^4 zijne geringac hting

pe, dat eerst bet Generaal-fuperintendentfchap of in Oostfriesland of in Pommeren mogt openvallen, om den Heer hShn onmiddelijk uit Kloosterbergen in één van dezelven te kunnen verplaatzen, en antwoordde derhal ven den Koning op den n Juni] dus:

Op Uwer Koningl. Majefteit bevel van gisteren, betreffende den Abt te Kloosterbergen, geef ik allerönderdanigst te kennen, dat deRegeering vmMaag. denburg reeds last heeft, om de huishouding van het Klooster door den Regeerings-raad winterfelpt, met behulp van recht bekwaame Landhuishoudkundigen, grondig te onderzoeken. Voorlopig laat het zich aanzien, dat 'er, in dit opzigt, tegen het gedrag van den tegen woordigen Abt niets te zeggen zal zijn ; doch ik zal alles met de behoorlijke naauwkeurigheid onderzoeken , en Uwe Koningl. Majefteit van het bevind van zaaken op zijn' tijd allerönderdaanigst berichten. Ook zal nog in deeze maand een Commisfie van - ervaaren School-lieden van hier naa dat Klooster gaan, om te onderzoeken, of, en waar toe fommigen van die Praceptoren, die onder den Abt gearbeid hebben, en inzonderheid, of de van hem aangenomen nieuwe Rector kinderlino, aangekhouden kan worden ? dan of men geheel en al nieuwe School-Leeraars zal moeten bezorgen? Deeze

Com-

(b) Op het einde van Maart 1770, was in de Procuratorskasfe eene fomme van 8460 daalers 9 grosfen baar geld, en de uitltaande Kapitaaleri van het Klooster, bedroegen 5567 daalers 22 gresfen , welke beide foramen te Tarnen 14028 daalers 7 gr. uitmaaken. De School - kasfe had aan baar geld de fomme wan 2214 daalers 20 gr.