Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 6 Befchrijving van den Gazometer.

is. Men kan dezelve befchouwen als het bovenfte gedeelte van eenen kleinen omgekeerden• trechter, aan welken de pijpen ft en xy fig. 4. bij f en x gevoegt zijn. Deze pijpen hebben dus gemeenfehap met de buizen mm, nn, 0 0, pp, die horizontaal, op den bodem van het werktuig fig. 3. geplaatst zijn, en die zich alle vier onder de ronde kalot f x vereenigen.

Drie van deze vier buizen koomen buiten het vat LMNO, en men kan ze op Pl.V. fig. 1. vervolgen. De eerfte, welke door de arabifche cijfers 1, 2/3 wordt aangeduid, wordt bij 3 met het bovenfte gedeelte eener klok V, door middel van de kraan 4 vereenigt. Deze klok ftaat op het tafeltje van eenen kleinen, met lood bekleedden luchtbak GHIK, waar van men het binnenfte gedeelte PI. VI. fig. 1. ziet.

De tweede buis ligt van 6 tot 7 tegen het vat L M N O aan, zij gaat dan langs 7,8,9 en 10 voort, en eindigt bij 11 onder de klok V. De eerfte van deze twee buizen dient, om het gaz in het werktuig te brengen, de tweede, om gedeeltens van dit gaz ter beproeving onder klokken te voeren. Men noodzaakt het gaz in het werktuig te dringen, of 'er uit te koomen, naarmate van de drukking, welke men gebruikt, en men veranderd deze drukking door de fchaal P min of meer te bezwaaren. Wanneer men derhalven de lucht in het werktuig wil brengen, zoo geeft men geene en fomtijds zelfs eene negative drukking. Wil meii 'er daarentegen de lucht laaten uitkoomen, zoo vermeerderd men de drukking, tót op den trap, dien men telkens noodig oordeeld.

De'

Sluiten