is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondbeginselen der scheikunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ji Wijze om zich van den Calorimeter

van flangcn, of fpiraalvormig opgerolde me taaie buifen gebruikt. De eerfte, welke in een vat met kookend water bevat was, diende om de lucht, bevorens zij in den Calorimeter kwam, te verwarmen; de tweede was in de binnenfte ruimte van dit werktuig fffff befloten. Een thermometer, aan eene der uiteindens dezer laatfte ilang bevestigd, teekende de warmte van de lucht of het gaz dat in het werktuig kwam; een thermometer, aan het andere uiteinde derzelfde flang aangevoerd, teekende de warmte van het gaz of de lucht bij derzelver uitgang. Het is ons op deze wijze mooglijk geweest te bepaalen, hoeveel ijs door eene zekere masfa van luchten of gaz-foorten gefmolten wierd, terwijl zij tot een zeker aantal graaden verkoeld wierd, en 'er dus de foortelijke warmte van te bepaalen. Dezelfde handelwijze kan met eenige bijzondere voorzorgen gebruikt worden, om de hoeveelheid warmteftof te bepaalen, welke zich gedurende de verdikking der dampen van verfchillende ligchaamen ontwikkeld.

De verfcheidene proeven, welke men met den Calorimeter doen kan, leveren geene volftrekte uitdagen op, zij geven enkel maar betreklijke hoeveel• heden: 'er moest derhalven eene éénheid gekozen worden, welke den eerften graad eener fchaal konde uitmaaktn, door welke men alle de andere uitdagen konde uitdrukken. De hoeveelheid warmteftof, die 'cr vereischt wordt om één pond ijs te fmelten, heeft ons deze éénheid opgelecverd; nu wordt 'er om één pond ijs te fmelten één pond water van 60 graaden op een in 80 deelen, van het vriespunt af tot aan kookend water toe, verdeelden thermometer

ver-