Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4S8 Bijbel-gefchiedenis

hem , herhaalde keeren, voorfpeld hadt. (*)

Hij was een fnood Vorst, die zijne trotsheid en euvelmoed geene palen ftelde, en zich niet ontzag, onfchuldig bloed te vergieten, cn wanneer Jeremiï en andere Profeeten hem de rampen voorzeiden, die hem, deswegens, zouden treffen', hen verachtte,, gelijk hij ééns de fchriftcn van JeremiS Huk fneedt en verbrandde, ja zelfs hen vervolgde, en na het leven ftondt. (f)

Zijn zoon Jojachin, of JechoniS, werdt, in het belegerd Jerufalem, onder de voogdij van zijne moeder, alzoo hij nog minderjarig was, wel voor Koning erkend , doch, na drie maanden befloot men, het hoofd in den fchoot te leggen, en zich aan de Babyloni'érs over te geven, waar op de jonge Koning, de Koninginne moeder, en een o-etal van iu,ooo van de aanzienlijkfte burgers, onder welken ook de Profeet Ezeciiicl was, (§) in ballingfchap uit het land gevoerd, en na het gebied van het Babylonisch rijk werden overgebracht,- tevens werden de voornaamfte kostbaarheden , en buisfieraden van den Tempel derwaards gebracht, cn te Babel, in het Koninglijk paleis, en in den voornaamften Afgodstempel, geplaatst.

Ondertusfchen ftelde Nebukadnezar , MatthaNiii, • den jongften zoon van Josiü, dien hij den naam Zedekiü gaf, tot Koning aan. Deze was de laatfte der Joodfche Koningen , een zwak Vorst, die door zijne raaden en hovelingen, naar hunnen

zin,

(*) Jer. XXII. 19. XXXVI. 36. (f) Jer. XXVI. XXXVI. (§) Ezech. ï.

Sluiten