Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vijfde Tijdperk. Jaar 2989—3419. 4S9

zin, geleid werdt, cn elf jaaren den.naam meer dan

het gezag van Koning behieldt. Na eenigen

tijd geregeerd te hebben, .liet hij zich verleiden, om deel te nemen in een algemeen verbond, waar van de Koning van Egypte het hoofd was, en waar in bijna alle de volken, bewesten den Eufraat, getreden waren. Dus werdt hij mijnëedig tegen den Koning van Babel, niettegenftaande JeremiS ,hem den ongelukkigen uitflag van deze onderneming voorfpelde, en hem voorzeide, dat hij na Babel gevoerd zou worden, het welk ook de Profeet Ezechicl hem van daar bekend liet maken, met die bijzonderheid, dat hij derwaards gebracht worden, maarnogthans die ftad niet zien zoude. Alles was vergeefsch. Zelfs, wanneer'' Nebukadnezar , zijne wichelarijën geraadpleegd hebbende, of hij eerst in het land der Ammoniten trekken, dan regelrecht, tegen Jerufalem voortrukken zou (*), het laatfte verkoos, cn nu, daadeLijk, het beleg voor Jerufalem floeg, bleef men nogthans volhouden , (leunende op ontzet der Egyptenaren. JeremiS

vermaande, bij aanhoudendheid, dat men zich overgeven , en, door onderwerping aan de Babyloni'érs, de ftad en. Tempel behouden zou , maar niemand luifterde naar zijne waarfchuwingen. Te min , wanneer, op,het aannaderen van een Egyptisch leger, Nebukadnezar het beleg opbrak, om hetzelve te gemoct te trekken. JeremiS meende , van deze gelegenheid gebruik te maken, cn zich uit Jerufalem te begeven, om zich aan bet gevaar te onttrekken, maar men vatte hem , als wilde hij tot den

vij-

(*) Ezech. XXI. 19-24.

Hh 3

Sluiten