Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

766

Bijbel-gefchiedenis

blijdfchap vielen zij hem te voet, en omhelsden zijne knieën, hij bemoedigde haar, en belastte haar, om verders aan zijne overige leerlingen dit te verkondigen, met last, om zich na Galileë te begeven, alwaar zij hem allen zien zouden. (*) ' Men kan zich naauwlijks eene verbeelding vormen van de aandoeningen in het hart der leerlingen, die deze opeenvolgende berichten van deze vrouwen ontvingen. Zij hoorden haar, met verrukkingen van vreugde, maar de blijdfchap was te groot, zij konden het niet geloven, het kwam hun ■zelfs voor als ijdel gefnap, en vrouwenpraat, eene vrucht vanl de' verbeeldings-kracht van hare vriendinnen, (f) Evenwel, Petrus nu deze vrouwen hoorende fpreken van Engelen, die zij gezien hadden, en die haar uitdruklijk belast hadden, hem bijzonder deze tijding te brengen, befloot, andermaal, na het graf te gaan, en nog ééns te deeg alles op te nemen. Hij kwam weder aan het graf, hij keek er, voor over bukkende, in, maar zag niets meer, dan hij de eerde keer gezien hadt, de zwachtels alleen en afzonderlijk, en den hoofddoek afzonderlijk, hij verwonderde zich, en keerde weder na huis. (§) ,

Uit het beloop der gefchiedverhalen , befluit ik nog, ten opzichte van Petrus, de volgende bijzonderheid. Nu weder t'huis gekomen, verneemt hij van MariS Magdalena, dat zij Jesus zelven gezien en gefproken hadt, gelijk wij boven verhaald

heb-

(*) Matth. XXVIII. 8-10. (t) Luk. XXIV. 8-11. (§) Luk. XXIV. 13/

Sluiten