Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des N. Testaments. I. Afdeeling. 767

hebben-, nu gaat hij, voor de derde keer, na het graf, en nu ontmoet hij werklijk Jesus , en wordt dus overtuigd, dat zijn Meester leeft. (*)

Doch, laat ons, voor eene poos, de vrienden van Jesus, in hunne verrukking van vreugde, en mengel-aandoeningen van hoop, twijfeling , vrees , laten, om te zien, wat Jesus vijanden, op de tijding van Jesus opftanding, verricht hebben.

Te weten, fommigen van de wacht, gelijk wij gezien hebben, aan de Joodfche Prieliers geboodfchapt hebbende, wat hun bij het graf van Jesus gebeurd was, werdt de Groote Raad belegd, en na eenige raadpleging, vooreerst gezorgd , dat dit nieuws zich niet onder het volk verfpreidde, ten dien einde vulde men den Soldaten van de wacht de handen, dat zij zouden verhalen, dat de leerlingen van Jesus, bij nacht, terwijl de wacht in flaap gevallen was, gekomen waren, en het lijk geftolen hadden, met belofte, dat zij dit- bij den Landvoogd voor hun

goed zouden maken. Hier mede bereikte de

Raad, voor eerst, ook zijn oogmerk. De Soldaten, cn zij zelven, ftrooiden dit verdichtzel uit, en, hoe ongerijmd het ware, het vondt, op hun gezag, bij het gros des volks, zoo veel geloof, dat het veel diende, om de indrukken te beletten , die de volgende prediking en daaden der Apostelen anders hadden moeten verwekken, (f)

Keeren wij, na dezen uitdap, weder tot de leerlingen en vrienden van Jesus. Twee van hun,

waar van de één Keeopas of Klopas , maar de

an-

(*) Luk. XXIV. 34. 1 Korintu. XV. 5. (f) Matth. XXVIII. 11-15.

Sluiten