is toegevoegd aan uw favorieten.

Handbijbel voor lijdenden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[344] PSALM LXXI 16 25. 495

344-

Gods Algenoegzaamheid.

PSALM LXXÏII: 25.

Heer , wien hebbe ik nefens u in den hemel ? nefens u lust mij ook niets op aarde.

Verhevene gedachten van een verheven mensch! ■Die moec God gekend hebben, — die dit woord eerst uicfprak. Die het hem met waarheid kan nazeggen, die is verheven en hoogbegenadigd. God te hebben — zeker van God te wezen, op eene levendige perfoonlijke almagt en liefde te kunnen rekenen, meer dan op zich zeiven — dat is godsdienst, geloof, zaligheid — hemel in den hemel, en hemel op aarde! Met dit geloof kan men alles dragen, alles misfen. Die God kent, vindt geene woorden natuurlijker — en hij vindt geen woorden onnatuurlijker, die God niet kent. Och! of wij u kenden, alleen Kennenswaardige — datzou 01» eeuwig leven wezen.

Dd5

345-