Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DWBBfBRlJ EN VERLICHTING. *3/

kunnen overtuigen. Maar een fcherpzinnig waar* neemer zal ligtlijk kunnen ontdekken dat onze dwaasheden, zoo wel als onze groote daaden, altoos op eene verfchillende wijze gewijzigd worden, even als de natuurlijke of zedenlijke aanleg bij het rnenschlijk geflagt verfchillende is. Even gelijk elk enkel mensch zijne bezigheden meest naar de gefteldheid van zijn temperament gewoon is te verkiezen. ,

Het is altoos bij den mensch eene eeuwige aandrift tot onrust, tot werkzaamheid, dikwijls enkel a-apen-vernuft; waarom dan ook een naauw bepaald verfland zig met even zoo veel drift aan gantsch kinderachtige en onnutte bezigheden toewijdt, als de fcherpzinnige zijne aandrift tot werkzaamheid enkel aan verheven of gewigtige voorwerpen vertoont. De domkop befchouwt zijne kleinfte daaden, die dikwerf .enkel in knegtsbezigheden beftaan, als dingen van het grootfte gewigt. De Fat, dat is de van zijne reizen zoo even uit Parijs aangekoomen zot, kent op de waereld niets gewigtigers dan de talenten van zijnen kapper, fnijder en waschvrouw. Overal ligt, namelijk, eene aangeboren aandrift tot werkzaamheid, maar altoos bij eiken in eene betreklijke verfcheidenheid.

Doch niet alleen bij enkele menfchen, maar ook bij geheele volkeren vertoont zig deeze ver* fcheidenheid van menschlijke werkzaamheid en altoos zijn daartoe bij elk menfchen • geflagt phyüfche of zedenlijke gronden.

Ge-

Sluiten