Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

Geen Luikfcbt-daatder was mijn teergeld dag en na'ht 'Met Vrouw' en teerder Kroost;'k beo boon en fmaal verdragen: Docb in den hoogjlen nood, wie hadt zulks ooit gedagt! Door Reigersbergs vernuft van Kerker dwang óhtjlagen, Naar Arkels-vest gevoerd, bij Daatzelaar bejlelt: , Een Man vol Eere en Trouw', die, met gevaar, mijn leven Befchermde, ik werd verkleed, ontjloop het woest geweld'. ... Lang blijf' vrind's Nageflagt den wrevlen nijd ontheven! Ik reisde op Waalivijk met een' fterk Noordivesten wind, De Maas Jloeg ijschlijk hol, en fchuimende op kaar' Banken! Wat Waagt een Sterveling, die, zich in nood bevind, En Oost en West de Roé der Dwingelandij' ziet wankenl De vrees bedagt een list, zij buurde een Rijtuig af, Om me als een Koopmans kruis naar Braband voeg te zenden. Waar'öm ze ook 's Vocrmansknegt een dubbel vragt'oon gaf: Dus vlood uw boezem vrind, uit d'omkring der ellenien. Men hielt me, om dat ik juist geen Munt verftond, voor zot, En lagebte:„eenKoopmans-fchrik en dwaas!... hoe zou zulks wezen. Ik zugte endagt: heeft men Torquatus niet bespot! Gewis deze edele vond' word eeuwen lang geprezen. Ik landde blij te moe te Antwerpen, ik bezag Haar Mark en Gevelpraal, en vroeg nae Grevinkboven. Zijne uitgeteerde Vrouw', die krank te bedde lag Schoof op mijn welkoms groet, half kruipende van boven, En weende en kuste mij: al wat vervjezen was Om Godsdienst, vloog me om't lijf, bezvoniert en verflagen! Verbeeld Mni'ds aan d'Egeenfche Waterplas Van Annius vergast, bevrijd van 'svijands lagen.

A 3 De

Sluiten