is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis van een luther's meisje.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Luther's Meisje, XX. Hoofdst. 99

welks wanden niet vuurige vlammen befchildert waren, in 't midden van welke men gepijnigde men* fchen ontdekte, toen hij mijne ooren deedt weergalmen van klagende en kermende Hemmen, ftond ik op 't punt van krankzinnig te worden, en indien mijne arme hersfens alle die aanvallen hebben kunnen wecrftaan was zulks geenzins zijn fchuld. Ik zelf ben heden verbaast hoe ik mijn gezond verftand1 heb kunnen behouden, want zulks is een wezenlijk wonderwerk.

Vier jaren verliepen 'er in deZe vroome ocfrenin* gen, waarin ik mij de gezeggelijkfte en nederigfte zijner discipelen betoonde. Tot dien tijd had ik alles nageklapt wat men van mij begeerde, zender in bedenking te nemen van mij *er tegen te Verzetten. Zoo lang men niets van mij vorderde dan geheugen-werk of onderwerping liet ik mij alles welgevallen; maar toen mijne aanwasfende rede haar eerfte lichtftralcn fchoot en dat men wilde hebben dat ik dezelve geheel zoude opofferen; toen men mijne;, eerfte tegenwerpingen, welke ik met fchroom deed, beantwoordde met fmaad en verachting en men met de uiterfte woede .tegen mij uitvoer, als toen begon ik te bezeffen welk een flaafsj.uk men mij wilde opleggen en onder welk eenen verachtlijkeil dwang men mij zogt te houden : ik brulde als een leeuw, dies zich van ftrikken omvangen ziet, welke hij niet kan verbreeken; ik wierd de droefgeestigfte en rampzaligfte ftervclirjg. Hoe zeer ik deze gedagten beG ft ftreedS