is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis van een luther's meisje.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Luther's Meisje, XXII. Hoofdst. 109

TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

Daar ik voortging over dezelfde onderwerpen dezelfde bedenkingen te maken, ontmoette ik dikwerf fommige dier* lutherfche meisjes, wier fijne welgevormde leest en ligten gang haar gelijk maakten aan die godinnen, zoo vermaard bij de dichters, die zich verwaardigden de gcftalte van ftervelingen aantenemen, en die men herkende aan de hemelfche lugtigheid harer bewegingen. De fchoone lokken, üeraad der natuur, met bevalligheid geftrengelt, vormden , daar dezelve tot aan den middel hingen, twee vlegten, welke den luister van 't goud hadden, en 't oplettend oog niet ontfnapten. Ik befchouwde eene dier nimfen met eene aandoening, welke mij onbekend was, de trekken van haar gelaat vertoonden mij leevendig het verrukkend tafercel der volmaaktheid, 't welk ik bij mij zeiven had gevormt. In hare fchoone oogen, ten halve nedergeflagen , befpeurde ik de ziel , naar welker ontmoeting de mijne zoo vurig verlangt had. Ik volgde haar, als mede gefleept door een hooger vermogen; toen ze reeds verre van mij af was, meende ik haar nog te zien; zoo meenigmalen ik uitging, bevond ik mij, in

weer-