is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis van een luther's meisje.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Luther's Meisje, XLIV. Hoofdst. *3ï

verbergen. Dat ik u altoos moge gelukkkig zien en florimonde zal voldaan zijn. ïk zal mijne brieven bij de uwe voegen ter ontdekkinge van het fpoor uwer beminde: ik zal niets verzuimen om achter haar lot te komen, en ik roep den hemel tot getuigen, dat de fchoonfle dag mijns levens die zijn zal, waar in uwe oogen, fchitterende van vreugde en van verbaastheid , baar weder zien zullen, mits nogthans dat gij op dien dag van blijdfcbap, uw oog van vriendfchap aan mij niet onttrekke.

Zoo ooit een minnaar verbaast ftond, het was jezennemours. Hij kende bet verbeven karakter van florimonde, maar hij verwagtte niet te min de gerekte verwijtingen van eene minnenijdige vrouwe; hij vond in haar een ongemeen voorbeeld van goedaartigheid en tederhartigheid ; verdomt over zoo veele edelmoedigheid, achtte hij zich zeiven te fchuldiger.

Dit boezemde hem voor haar eenen nieuwen eer, bied in, gepaart met de hoogde bewondering. Somwijlen drukte hij haar in zijne armen, zonder te durven uitten wat hij dagt , en het was deze zeldfame niinnaresfe die hem van fuz anna fprak, van de middelen om haar wedertevinden , waardoor zij de hoop, hoe beguichelend ook, in hem voedde, welke in het hart diens ongelukkigen kiemde. Zij vergat zich zelve om de ziel van jezennemours gerust te ftellen, en te hegten aan daï p 4 beeld *