Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238

Geschiedenis van een

ontftcllen. Tusfchen florimonde en monval geplaatst, werd hij gedurig als overladen, men deed hem buiten zijn weten eten en drinken. De gefprekken, welke bij 't ledigen der chrijstalle bekers gehouden wierden, wafert reeds meer dan darteh Dc eerste bragten hem een blos aan, doch in 't vervolg werd hij moede van 't 'bloozen. Op zijn wezen verfpreidde zich een gloed, door de vermaken der tafel verwekt. Monval ftoeide met alle mo* gelijke dartelheid met eene zijner aartigfte meesteresfen, welke hij had mede gebragt. Het kleene fchepfel geheel in vtiur bleef hem niet fchuldig, elk volgde hun voorbeeld, en door het algemeen geftoei raakte het kapzel los van de priesteresfen des wellusts.

Wat kon jezennemours in 't midden van zoo veele minnekozerijen anders doen, dan de oo-en nederteflaan op den boezem van florimonde,"en met zijn hoofd tegen haaren ijvoire hals te lenen? wat konden zijne handen anders verrigten dan dé haren'zedig te drukken ? te vergeefs poogde zijhem afteweeren. Jezennemours gedroeg zich zoo vriendelijk, zoo befcheiden in vergelijking der andere tafelgasten, dat zijne houding de zedigheid zelve fcheen bij die der overigen van 't gezelfchap.

Men roemde luidkeels de losbandigheid, de dartele min en haare geneuchtens in vaarsjes, zoo als de Franfihen die bij menigte hebben; Elke gast prees de fchoonheid van haar, die hij omhelsde..

De

Sluiten