Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

„nrden doordien zv »P nkt mindsr bevallige, dan bondige

SïpwM- Dt ecrste heeft het ?pSchrift'-Leo;

Tarentini epigramma in Venercn anadyomenen, poefeï eiïs fp2im£SiE«. vortr^fe ^ tot de heidenjche Godenleere l De tweede, tetitótó: — ChorusiGraecorurn tra. *\cZ aualis fuerit, & quare usus Cjus nodie revocan neoueat handelt zo wel van den oorfpror.g, de ontwikkeling en Zafe eedeldheid der Omen op het Griekjehe 1 heaur als van TZoUofdheid en M gebruik van dezelve op onze Schouwbur*„ _ D' derde • Nestore felicisfïmi Senis exemplo HoLrum non magis delete qua.n prodesfe^ toont, dat het He rdicht, en vooral de rol van Nestor by No^rus, zo ml tot ve'maak zls tot nut byzonder gejehtkt zy. r>e vierde ■ Eiresione Honieri & alia poeseos mendicorum Jaeconro fpecimina cum nonnuliis nostr. temt ons carmini£ ex hoe genere comparata, welke het klei* gedicht, twek

5 onder delzen naam, van Homerus bezitten oordee -en f lZkundi* verklaart, zal byzonder allen vrienden van oude V olks-

welkome - Devyfde: De imbre Up.dj»

6 folis ac lunae mora inter pusnam Israelitarum lub |ofnae ausoiciis cum Atnorraeis levert een nieuw bewys op. dat Zn in deaanneming van een wonderwerk ^^tl^oZ ?. ivn - De zesde: Hermesian.ftis, elegiarum fenptons ceieberrimi fragementunwb Athaiaeo Lib. Xlli P- 597. Svatum emendatius editum & animadve.-fion.bus ilta

_ De zevende, welke het tweede detl belaat, behelst . Animadverliones histuricas & criticas in C.ceronu Oratioim pro Archia poeta. - Het histonfche gedeelte « een. fnleidingin de Redevoering van deero voor Archias; het _ oordSSdige heldert veele duistere of bedorvenejlaatfen tn de. STop M*n as» »** minder ondeMnd, dm hmum.

Sluiten